Balsemienen: van reuzenbalsemien tot vlijtig liesje.

Impatiens_glandulifera (foto door Muriel Bendel via Wikimedia)

Aan dit stukje heeft u niet zoveel. Het gaat over een invasieve exoot die niet meer aangeplant mag worden, om eenjarige planten waarvan moeilijk aan zaad te komen is, om vaste planten die alleen bij specialistische kwekers te krijgen zijn, en om een overbekende perkplant.

Ik heb het over Impatiens, ofwel springzaad, familie van de balsemienen. Impatiens betekent ‘ongeduldig’ in het Latijn, of ‘geen aanraking verdragend’. Er zijn wel 900 soorten springzaad, voornamelijk vaste planten uit tropische en subtropische gebieden. Een aantal eenjarige soorten is verwilderd in delen van Europa en ook in ons land. Wat ze allemaal gemeen hebben, is dat ze zaaddoosjes maken die als ze rijp zijn bij de minste aanraking openspringen waarna de zaden meters ver wegschieten. Bij de meeste soorten zorgt dit voor een bescheiden uitzaai, maar bij de reuzenbalsemien is het een probleem. Het is een indrukwekkende plant die wel 2,5 m hoog kan worden. Jan Wolkers heeft hem mooi beschreven in zijn essay ‘Flora’s Favourite’: “De sappige glazige stelen van de springbalsemien, doorschijnend rood, alsof ze met grenadine gevuld zijn…” En dan heeft hij het nog niet eens over de trosjes geurende bloemen die licht of donkerroze, soms wit zijn en waar veel bijen en hommels op afkomen. De reuzenbalsemien is afkomstig uit de Himalaya en in Europa verwilderd. Hij is ontsnapt uit tuinen en ook veel bewust gezaaid door imkers omdat hij bloeit in een tijd, van juli tot oktober, dat er voor de bijen minder voedsel beschikbaar is. Je vindt hem vooral op vochtige grond langs sloten en rivieren. Omdat hij wel 800 zaden per plant produceert kan hij zich razendsnel verspreiden, vooral langs stroompjes die de zaden meevoeren. Hele oevers worden zo gekoloniseerd en de inheemse flora verdwijnt. Omdat het eenjarige planten zijn die ’s winters afsterven krijg je stukken kale grond en eroderen de slootkanten. De bloemen zijn zo aantrekkelijk voor bijen en hommels dat ze vooral op de reuzenbalsemien vliegen, waardoor de wilde bloemen minder goed worden bestoven en zich niet goed kunnen handhaven. In veel natuurgebieden is dit een groot probleem en zelfs in ons eigen Cronesteyn is dit te zien. De reuzenbalsemien staat sinds 2017 op de Unielijst van invasieve exoten en mag niet meer aangeplant en verhandeld worden. In Engeland worden regelmatig ‘Balsam Bashing Days’ georganiseerd om gezamenlijk de balsemien te bestrijden. En dat is goed te doen, want je trekt de planten heel makkelijk uit de grond.

In bossen kun je ook het kleine, het grote en het oranje springzaad vinden. De eerste twee bloeien geel, de laatste uiteraard oranje. Dit zijn veel kleinere bescheiden planten die geen enkel probleem vormen.
Er zijn ook een paar tuinwaardige soorten waarvan met enig zoeken wel zaad te vinden is. Het bijzondere daarvan is dat het eenjarige planten zijn die het ook goed doen in de schaduw en daar is altijd behoefte aan. Impatiens balfourii, het tweekleurig springzaad, wordt maar ongeveer 50 cm hoog en heeft roze met witte bloemen van juni tot september. Heel mooi is het camelliabloemig springzaad, Impatiens balsamina. De bloemtrosjes zitten niet alleen boven aan de stengels maar ook meer verspreid erlangs, waardoor hij erg kleurig is. De bloemen zijn meestal half gevuld of dubbel en lijken een beetje op kleine camellia’s. Hij is er in rood, paars, roze en wit.

Een bijzonderheid is de vaste balsemien. Impatiens arguta en omeiana zijn laagblijvende planten die vooral waardevol zijn door hun mooie blad. Het zijn leuke bodembedekkers voor schaduwrijke, niet te droge plekjes. In strenge winters hebben ze wel wat bescherming nodig. En dan eindigen we met Impatiens walleriana uit Afrika, het overbekende perkplantje, de vlijtige lies. En vlijtig is ze want ze bloeit de hele zomer door in allerlei kleurtjes paars, roze en wit. Misschien een beetje ouderwets of tuttig, maar een grote pot met witte liezen kan een donker hoekje in de tuin geweldig opfleuren: ook deze balsemien doet het nog goed in de schaduw. Impatiens hawlerii, de Nieuw-Guinea-Impatiens is een wat grotere en stevigere uitvoering van de vlijtige lies.